Naar de inhoud

Artikel augustus 2026

Cyberbeveiligingswet: weet jij wat er achter je internetverbinding zit?

Niet alleen goed geregeld, maar ook goed onderbouwd

Op 15 augustus 2026 treedt de Cyberbeveiligingswet (Cbw) in werking. Ruim 8.000 organisaties in Nederland krijgen daarmee te maken met nieuwe verplichtingen rond cyberbeveiliging. En dat merken we ook in gesprekken met IT-managers. Een vraag die steeds vaker voorbijkomt: moeten wij iets aanpassen aan onze internetverbinding? 

Het korte antwoord is meestal: nee. De Cyberbeveiligingswet schrijft niet voor welke internetverbinding, firewall of netwerkoplossing je moet gebruiken. Maar er zit een belangrijkere vraag achter: kun je onderbouwen waarom jouw huidige inrichting past bij de risico's van je organisatie? 

Daar wordt het interessant. Want daarvoor moet je verder kijken dan je eigen netwerk. Welke leveranciers zijn betrokken? Van welke infrastructuur ben je afhankelijk? Wat gebeurt er als een onderdeel uitvalt? En als je twee verbindingen hebt: weet je dan ook hoe onafhankelijk die werkelijk van elkaar zijn? 

Dat raakt aan een belangrijk onderdeel van de Cyberbeveiligingswet: de beveiliging van je organisatie houdt niet op bij je eigen voordeur. Ook de keten waarvan je afhankelijk bent, moet je meenemen in je risicobeheersing. En juist bij connectiviteit is die keten lang niet altijd volledig zichtbaar. 

 

De Cyberbeveiligingswet kijkt ook naar je leveranciers 

De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse uitwerking van de Europese NIS2-richtlijn. Organisaties die onder de wet vallen, krijgen onder andere te maken met een zorgplicht en meldplicht. Ook bestuurders krijgen nadrukkelijk verantwoordelijkheid voor de manier waarop cyberrisico's worden beheerst. 

Voor IT-managers is vooral de zorgplicht relevant. Je brengt risico's in kaart en neemt maatregelen die passen bij die risico's. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de beveiliging van de toeleveringsketen. Dat betekent dat je niet alleen naar je eigen systemen en processen kijkt. Je organisatie is waarschijnlijk afhankelijk van cloudproviders, softwareleveranciers, IT-partners én connectiviteitsleveranciers. Een incident bij een van die partijen kan direct gevolgen hebben voor jouw bedrijfsvoering. 

Daarom wil je weten waar de risico’s in je keten zitten en wat je doet om die te beheersen. En minstens zo belangrijk: je moet kunnen onderbouwen waarom je voor bepaalde maatregelen hebt gekozen.

 

Ook als je zelf niet onder de wet valt, kun je ermee te maken krijgen 

Dat keteneffect maakt de Cyberbeveiligingswet voor een veel grotere groep organisaties relevant dan alleen de bedrijven die rechtstreeks onder de wet vallen. Stel dat je zelf niet onder de Cyberbeveiligingswet valt, maar wel diensten levert aan een organisatie die dat wél doet. Jouw klant moet zijn risico's in de keten beoordelen.

De kans is dus groot dat er op enig moment vragen jouw kant op komen. Hoe is je beveiliging ingericht? Hoe ga je om met incidenten? Welke continuïteitsmaatregelen heb je genomen? En hoe heb je de beschikbaarheid van kritieke leveranciers geregeld? Dan helpt het niet om alleen te kunnen zeggen: dat hebben we uitbesteed. 

Uitbesteden verandert namelijk niets aan het feit dat je organisatie afhankelijk is van die dienst. Je wilt dus weten waarop je vertrouwt en waarom je vindt dat de genomen maatregelen passen bij het risico. Voor connectiviteit geldt precies hetzelfde. 

Een SLA vertelt niet het hele verhaal 

Neem je internetverbinding. Je hebt een zakelijke internetverbinding bij een provider. Er ligt een contract, er is een SLA en misschien heb je voor de zekerheid zelfs een tweede verbinding geregeld. Dat kan uitstekend ingericht zijn. Maar als je wilt beoordelen hoe groot het risico op uitval werkelijk is, heb je meer informatie nodig dan alleen de naam van je provider en het beschikbaarheidspercentage in je contract. 

Welke infrastructuur wordt gebruikt? Welke afhankelijkheden zitten daarachter? Hoe wordt de verbinding gemonitord? Wat gebeurt er bij een storing? Wie onderneemt actie? En hoe snel kan er worden omgeschakeld of hersteld? Je hoeft als IT-manager echt niet ieder glasvezeltracé of ieder technisch component zelf te kennen. Maar je moet wel voldoende zicht hebben op de keten om te kunnen beoordelen of je maatregelen passen bij het risico. Een SLA vertelt je wat een leverancier met je heeft afgesproken. Het vertelt je niet automatisch waarvan je verbinding afhankelijk is. Wil je weten wat een SLA je wél vertelt? Lees dan waar je op moet letten bij het afsluiten van een Service Level Agreement.

 

Twee internetverbindingen? Kijk dan één laag dieper 

Redundantie een goed voorbeeld van waar aannames en werkelijkheid uit elkaar kunnen lopen. Stel dat een vestiging niet zonder internet kan. Zonder verbinding vallen cloudapplicaties weg, ligt de productie stil of kan het warehouse geen orders meer verwerken. Een tweede internetverbinding ligt dan voor de hand. Maar twee verbindingen betekent niet automatisch dat ieder risico is afgedekt. 

Twee verbindingen van verschillende providers kunnen verderop in de keten alsnog een afhankelijkheid delen. Andersom kan één aanbieder soms juist heel goed aantonen dat twee verbindingen technisch gescheiden zijn. De vraag is dus niet simpelweg: hebben we twee lijnen? De vraag is: tegen welk risico hebben we ons beschermd en kunnen we uitleggen waarom deze inrichting daarvoor geschikt is? 

Daarvoor wil je bijvoorbeeld weten hoe de verbindingen zijn opgebouwd, wat er gebeurt bij uitval, hoe failover is geregeld en welke mogelijke gedeelde afhankelijkheden er zijn. Juist die onderbouwing wordt belangrijk wanneer je wilt aantonen dat je bewust met je risico's omgaat. 

 

Eén netwerklaag, ook als daar verschillende infrastructuren onder liggen 

Netwerkonafhankelijk werken betekent overigens niet dat je als IT-manager vervolgens zelf met allerlei verschillende infrastructuurpartijen moet schakelen. Dat zou het probleem alleen maar verplaatsen. Bij signetbreedband brengen we verbindingen van verschillende infrastructuurpartners samen in één beheerde netwerkomgeving. Wij beheren en monitoren die dienstverlening centraal en zijn het aanspreekpunt wanneer er iets gebeurt. 

Dat geeft je de vrijheid om per locatie een passende infrastructuur te kiezen, zonder dat je voor iedere verbinding een apart beheerproces hoeft in te richten. En afhankelijk van de risico's kunnen daar aanvullende maatregelen bij horen. Denk aan een tweede verbinding met automatische failover, Anti-DDoS, een beheerde firewall, SD-WAN of een directe verbinding met een cloudplatform. Niet omdat de Cyberbeveiligingswet voorschrijft dat je deze oplossingen moet hebben. Wel omdat je vanuit je risicoanalyse tot de conclusie kunt komen dat zo'n maatregel passend is. 

Wie zich voorbereidt op de Cyberbeveiligingswet hoeft daarom niet meteen nieuwe technologie aan te schaffen. Begin eerst met kijken naar wat er al ligt. Voor iedere kritieke locatie zou je in ieder geval antwoord willen hebben op deze vragen: 

Vijf vragen die je nu over je netwerk zou moeten kunnen beantwoorden

  1. Welke bedrijfsprocessen zijn afhankelijk van onze internetverbinding? 
    Wat gebeurt er concreet als de verbinding een uur, vier uur of een dag niet beschikbaar is?  
  2. Van welke leveranciers en infrastructuur zijn we afhankelijk? 
    Niet alleen: bij wie staat het contract? Maar ook: wat weten we over de dienstverlening daarachter?  
  3. Welke risico's proberen we met onze huidige inrichting af te dekken? 
    Waarom hebben we bijvoorbeeld één of twee verbindingen en past dat bij de impact van uitval op deze locatie?  
  4. Weten we hoe onze continuïteitsmaatregelen in de praktijk werken? 
    Als er redundantie is: hoe vindt de omschakeling plaats en wat weten we over mogelijke gedeelde afhankelijkheden?  
  5. Kunnen we onze keuzes onderbouwen? 
    Welke informatie hebben we vastgelegd over leveranciers, SLA's, risico's, maatregelen en de redenen waarom daarvoor is gekozen?  

Begin niet met veranderen. Begin met inzicht. 

De Cyberbeveiligingswet betekent niet automatisch dat je internetverbinding anders moet. Misschien is je huidige netwerk precies passend bij de risico's van je organisatie. Maar dat wil je niet alleen aannemen. Je wilt weten waarom dat zo is en welke afhankelijkheden erachter zitten. Een goede voorbereiding begint daarom met inzicht. 

We helpen organisaties regelmatig om hun netwerk en de beschikbare infrastructuur onafhankelijk in kaart te brengen. Welke verbindingen zijn er? Welke mogelijkheden zijn er per locatie? Waar zitten afhankelijkheden? En past de huidige inrichting bij wat die locatie nodig heeft? Soms blijkt dat alles al goed geregeld is. Soms komen er verbeterpunten naar voren. In beide gevallen weet je waar je staat. En minstens zo belangrijk in het kader van de Cyberbeveiligingswet: je kunt onderbouwen waarom je netwerk is ingericht zoals het is. 

Onze experts helpen je
inzicht te krijgen in je netwerk

Weet hoe jouw netwerk ervoor staat

Bel 088 - 599 99 99 

Mail info@signetbreedband.nl